backgroundtop
Logo van descheen.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE SCHEEN / ANATOMIE

ANATOMIE SCHEEN

 

Het scheenbeen (Tibia) is van de twee botten in het onderbeen, het grootste. Het scheenbeen loopt samen met het kuitbeen (Fibula) tot de enkel. Het kuitbeen is aan de buitenzijde van het scheenbeen geplaatst. Het scheenbeen en het kuitbeen zijn aan de boven- en onderkant met elkaar verbonden. Aan de onderzijde (net boven de enkel) is de verbinding van het scheenbeen en het kuitbeen een syndesmose. Dit is een gewricht dat door bindweefsel wordt gevormd.

Het enkelgewricht wordt in de medische wereld alleen als het bovenste spronggewricht beschreven, maar in algemene zin kan gezegd worden dat het bovenste- en onderste spronggewricht onderdeel van de enkel zijn.

Het bovenste spronggewricht (articulatio talocruralis) zorgt voor de op- en neerbeweging van de voet. De opkomende beweging heet dorsaalflexie en de neergaande beweging heet plantairflexie. Het bovenste spronggewricht is een scharniergewricht en verbindt het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula) met het sprongbeen (talus). De onderste einden van het scheen- en kuitbeen vormen samen de enkelvork die het sprongbeen als het ware omvat. De uiteinden van het scheenbeen, het kuitbeen en de bovenzijde van het sprongbeen zijn bedekt met een verend kraakbeen.

Het onderste spronggewricht (articulatio talotarsalis) zorgt voor het zijwaarts kantelen van de voet.

Aan de achterzijde van het onderbeen zitten de kuitspieren die met de achillespees zorgt voor het strekken van de voet door het hielbeen omhoog te trekken. De kuitspieren worden musculus triceps surae genoemd en worden gevormd door de musculus gastrocnemius, musculus soleus en de musculus plantaris.

De musculus gastrocnemius is een spier die over het kniegewricht en de enkel loopt. Daarnaast heeft de spier twee koppen. Het caput mediale zit aan de binnenzijde en het caput laterale zit aan de buitenzijde aan de oppervlakte aan de achterzijde van het onderbeen. De belangrijkste functie van de spier is het buigen van het onderbeen in het kniegewricht en het strekken van de voet in het enkelgewricht.

De musculus soleus wordt ook wel de scholspier genoemd. Het is een brede spier in de oppervlakkige laag aan de achterzijde van het scheen- en kuitbeen. De belangrijkste functie van deze spier is het strekken van de voet in het enkelgewricht. De spier ligt een laag dieper dan de musculus gastrocnemius en is daarmee moeilijker vanaf de buitenkant waarneembaar.

De musculus plantaris (ook wel voetzoolspier genoemd) is een spier waarvan de functie nog niet helemaal bekend is. De spier ligt aan de oppervlakte aan de achterzijde van het onderbeen.

De musculus tibialis anterior zorgt voor het omhoog trekken van de voet. De spier hoort tot de spiergroep die aan de voorzijde van het onderbeen zitten. De pees van deze lange spier kan aan de voorzijde van de enkel gevoeld worden. De spier zorgt er onder andere voor dat de voet bij het lopen niet op de grond klapt. Samen met de musculus extensor digitorum longus en de musculus extensor hallucis longus vormt de spier het voorste compartiment in het onderbeen.

De musculus extensor digitorum longus zit aan de voorkant van het onderbeen en zorgt voor het optrekken van de voet in het enkelgewricht en de tenen. Daarnaast kan de spier de buitenzijde van de voet omhoog bewegen (pronatie).

De musculus extensor hallucis longus loopt aan de voorzijde van het onderbeen en heeft als functie het heffen / strekken van de grote teen. Daarnaast ondersteunt de spier het optrekken van de voet in het enkelgewricht.

De musculus peroneus longus en brevis worden samen de musculus peroneii genoemd. Het lange gedeelte (longus) begint aan de buitenzijde net onder de knie en loopt via de enkel onder de voet langs waarbij hij aanhecht bij de grote teen. Het korte gedeelte (brevis) begint aan de buitenzijde op het kuitbeen en loopt via de enkel naar de buitenzijde van de voet bij  het begin van de kleine teen. Zij hebben als functie het buigen / wegduwen van de voet en daarnaast kunnen ze de buitenzijde van de voet optrekken.

De diepe kuitspieren zijn de musculus flexor tibialis posterior, musculus flexor hallucis longus en musculus digitorum longus. De spieren lopen vlak achter de binnenste enkelknobbel (mediale malleolus) langs. Van deze spieren is de musculus tibialis posterior de krachtigste. Er bestaat een ezelsbruggetje om de ligging van de spieren te onthouden, namelijk: Tom Dik en Harry. Van voor naar achter kunnen we de Tibialis posterior (Tom), Digitorum longus (Dik) en Hallucis longus (Harry) differentiëren. De musculus tibialis posterior is het meest centraal gelegen van de onderbeen spieren. De spier heeft een belangrijke functie voor de stabilisatie van het onderbeen. Naast de stabilisatiefunctie zorgt de spier ook voor het optrekken van de binnenzijde van de voet (inversie) en draagt hij bij aan het buigen in het enkelgewricht en de voet (plantairflexie). De musculus flexor digitorum longus zorgt ervoor dat de tweede t/m vijfde teen (phalanx II-V) kunnen buigen. De musculus flexor hallucis longus zorgt voor het buigen van de grote teen. Daarnaast zorgt het voor het buigen in het enkelgewricht (plantairflexie).


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL