backgroundtop
Logo van descheen.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE SCHEEN / CHRONISCH COMPARTIMENTSYNDROOM
<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

CHRONISCH

COMPARTIMENTSYNDROOM

 Een compartimentsyndroom (ook wel logesyndroom genoemd) is een toestand van het weefsel waarin een verhoogde druk binnen een spierloge de circulatie en de weefselfunctie verstoort. Een spiergroep wordt omgeven door bot en stugge bindweefselstructuren (dit wordt fascie genoemd). De spiergroep met een fascie er omheen wordt een spiercompartiment of spierloge genoemd. Bij het compartimentsyndroom ontstaat er zwelling die nergens heen kan omdat de compartimenten worden gescheiden door onrekbaar bindweefsel. In het onderbeen is gewoonlijk het voorste compartiment aangedaan.Een compartimentsyndroom kan acuut of chronisch voorkomen. Een acuut compartimentsyndroom treedt meestal na een ongeval (posttraumatisch) of na een operatie (postoperatief) op. Ook een extreme belasting bij ongetrainde mensen, bijvoorbeeld bij de vierdaagse wandeltochten, kan leiden tot een acuut compartimentsyndroom. Als gevolg van een toename van spiermassa door een trainingsprogramma kan een chronisch compartimentsyndroom ontstaan. Het merendeel van de mensen met deze klachten zijn relatief jonge, ervaren mannelijke atleten. De klachten kunnen aan beide zijden aanwezig zijn.

Een compartimentsyndroom kan acuut of chronisch voorkomen. Een acuut compartimentsyndroom treedt meestal na een ongeval (posttraumatisch) of na een operatie (postoperatief) op. Ook een extreme belasting bij ongetrainde mensen, bijvoorbeeld bij de vierdaagse wandeltochten, kan leiden tot een acuut compartimentsyndroom. Als gevolg van een toename van spiermassa door een trainingsprogramma kan een chronisch compartimentsyndroom ontstaan. Het merendeel van de mensen met deze klachten zijn relatief jonge, ervaren mannelijke atleten. De klachten kunnen aan beide zijden aanwezig zijn.

Bij het acute compartimentsyndroom treedt er heftige, terugkomende pijn op bij de eerste 12 uur na de inspanning. De pijn wordt niet verlicht als er rust gehouden wordt. Er is een operatie nodig om de druk van het compartiment af te halen. Hierbij wordt het bindweefsel tussen de compartimenten ingesneden. Deze operatie wordt een fasciotomie genoemd. Als een acuut compartimentsyndroom niet wordt behandeld zullen spieren en zenuwen in het compartiment onherstelbaar beschadigen en afsterven.

Er zijn verscheidene klachten die aan de binnenzijde van het onderbeen voorkomen. Voor deze klachten is de volgende classificering bekend:

Type 1: Stressfractuur van het scheenbeen (zie stressfractuur)

Dit is een stressreactie van het bot van het scheenbeen

Type 2: Periostitis (beenvliesontsteking) als gevolg van de trekkrachten van de diepe kuitspier (m. soleus en m. tibialis posterior) bij de aanhechting op het scheenbeen

Hierbij kunnen de termen Shin Splints en Mediaal Tibiaal Stress Syndroom (MTSS) beiden worden gehanteerd, alhoewel MTSS de voorkeur heeft

Type 3: Chronisch compartimentsyndroom (zie chronisch compartiment syndroom)

Een verhoogde weefseldruk in de m. tibialis posterior of het binnenste deel van de m. soleus. Het chronische compartimentsyndroom kan ook in het voorste compartiment voorkomen (m. tibialis anterior, m. extensor hallucis longus, m. extensor digitorum longus)

Bij het chronisch compartimentsyndroom is de bloedtoevoer door zwelling binnen een compartiment in het lichaam verstoord. Het is vergelijkbaar met een acuut compartimentsyndroom, maar in veel minder ernstige mate aanwezig en het heeft dan ook geen acute medische zorg nodig. Het kan soms jaren duren voordat de juiste diagnose vastgesteld wordt. Factoren die de kans op een chronisch compartimentsyndroom vergroten zijn onder andere een stijve fascie, kleine compartimenten, spiermassa toename van de spieren en ontstekingsreacties.

 

Symptomen chronisch compartimentsyndroom

Bij het chronische compartimentsyndroom treden bij belasting drukkende, stekende of krampachtige pijnklachten op. De pijnklachten kunnen zo aanwezig zijn dat de belasting gestopt moet worden zodat de pijn weer afneemt. Afhankelijk van de ernst van de klachten kunnen er gevoelsstoornissen optreden in het gebied van de zenuw die door het compartiment loopt. In de late fase kunnen er bewegingsstoornissen plaatsvinden. Er kan een (ochtend)stijfheid in het onderbeen aanwezig zijn. Door de toegenomen spanning in het compartiment kan de huid glanzend en warm zijn. Daarnaast kan het pijnlijk zijn om de spier op rek te brengen.

 

Onderzoek en diagnose bij chronisch compartimentsyndroom

Aan de hand van een vraaggesprek en een lichamelijk onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Het is moeilijk om een compartimentsyndroom te onderscheiden van andere aandoeningen van het onderbeen. Bij het onderzoek kan repeterend de provocerende beweging gemaakt worden om een indicatie van de klacht te geven. Daarnaast kunnen specifieke bewegingen provocerend zijn en kunnen er tekenen van gevoelsstoornissen aanwezig zijn.

Als er een verdenking op een chronisch compartimentsyndroom aanwezig is, dan kan er een (intracompartimentale) drukmeting worden verricht. Hierbij wordt met een dunne naald tot in het compartiment geprikt. De provocerende inspanning kan uitgevoerd worden totdat de bekende pijn aanwezig is. De druk kan vervolgens in rust en na inspanning worden gemeten. Alleen een drukmeting in rust is onvoldoende om de diagnose te bevestigen.

 

Conservatieve behandeling chronisch compartimentsyndroom

Afhankelijk van de ernst van de klachten en de resultaten van de drukmeting kan een behandeling worden gestart. Als de drukmeting niet of minimaal afwijkend is, dan kan fysiotherapie worden voorgeschreven om de klachten te behandelen.

In veel gevallen is een toename van de spiermassa door training of een eenzijdige (sport)belasting de oorzaak van de klachten. Als er ochtendstijfheid, passieve rekpijn en een knisperend gevoel aanwezig is, is het raadzaam de activiteiten tijdelijk te staken. Vervolgens kan met behulp van de fysiotherapeut de revalidatie begeleid worden. Hierbij zal onder andere aandacht uitgaan naar het terugbrengen van de spierspanning, de spierlengtes op orde krijgen en de functie te verbeteren.

Er kan geadviseerd worden om een specialist of podoloog een voetanalyse te laten uitvoeren om te beoordelen of eventuele inlays of zooltjes de binnenzijde van de voet kunnen ondersteunen en zodoende de klachten kunnen doen afnemen.

Een beenlengteverschil kan een asymmetrische belasting van de onderbeenspieren geven. Ook hierbij is het aan te raden om door een specialist of podoloog een voetanalyse te laten uitvoeren om te beoordelen of dit verschil door inlays of zooltjes ondervangen kan worden.

 

Operatieve behandeling chronisch compartimentsyndroom

Als de drukmeting te hoge waarden aangeeft zal er een operatieve behandeling voorgesteld worden. De operatie ter behandeling van een compartimentsyndroom wordt een fasciotomie genoemd. Bij een fasciotomie wordt de fascie (bindweefsel) gekliefd (gespleten) om het compartiment meer ruimte te geven. Er zijn verschillende manieren om een fasciotomie uit te voeren. Over het algemeen worden er één of twee kleine sneden in de huid gemaakt om de fascie open te snijden. Er kan ook worden gekozen voor een open fasciotomie. Hierbij wordt een snede in het hele onderbeen gemaakt.

Een andere methode is een fasciëctomie. Hierbij wordt een deel van de fascie van het aangedane compartiment weggehaald om de druk te verlagen. Een fasciëctomie wordt vaak toegepast als in eerste instantie een fasciotomie niet voldoende resultaat heeft gegeven. Er kan ook voor een combinatie tussen een fasciotomie en fasciëctomie gekozen worden.

Bij een operatieve behandeling kunnen complicaties optreden. Hierbij kan gedacht worden aan een zenuwbeschadiging of er kunnen huidzenuwen beschadigd raken waardoor er een doof gevoel ontstaat. Daarnaast kan er zwelling komen, kunnen er huidinfecties ontstaan of kan het gevoel anders zijn.

De herstelperiode na de operatie hangt van de gebruikte techniek en van het protocol waarmee gewerkt wordt af. In sommige protocollen wordt er na de operatie direct begonnen met bewegen en mag de patiënt binnen een dag weer op het geopereerde been staan. Over het algemeen wordt aangenomen dat men snel moet beginnen met bewegen om verklevingen te voorkomen. Hierbij mag op geleide van pijn (eventueel met behulp van krukken) het geopereerde been belast worden. Als de wond geheeld is kan met fietsen en zwemmen begonnen worden en na ongeveer 3 tot 6 weken kan men weer beginnen met hardlopen. De verwachting is dat men na 6 tot 12 weken de activiteiten weer volledig kan doen.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
movimento logo
© Copyright DeKnie.nl 2011, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL